Wie schrijft die blijft mompelde de boer in mijn stal. Het is maar goed dat ik naar school ben geweest. Het krijtje kraste op het schoolbord. De sierlijke letters zijn erin gestampt. De mooie lussen moesten even hoog zijn en de klinkers tussen de lijntjes. Ja, Gobbie zo ging dat vroeger. Het was ambachtelijk werk om een schriftblad vol te krijgen.
Het geschreven woord gelooft men. Immers het is verspreidbaar en naleesbaar. Eenmaal op papier is het niet ongemerkt te veranderen. Zo was het vroeger. Feitelijk is het nu nog zo. De argeloze lezer gelooft wat je schrijft. Zelfs raadsleden geloven het, of gaan het geloven. Ben je het er niet mee eens, dan moet je de pen pakken. Maar ja, wie doet dat?
Het vrijwilligersbeleid is aan papier toevertrouwd. Eens kijken wat er over Good Old Bles (ik dus) wordt geschreven. Of dacht u dat ik betaald krijg voor dit wekelijks stukje? Nou mooi niet. Gewoon vrijwilligerswerk. Terug naar de nota.
Ik lees iets over een kapstok. Wat heb ik daar nu aan. Ik heb niet eens een jas. Verschillende sectoren is ook zo’n kreet. Mijn stal heeft maar één box. Ze gaan door met de ingezette instrumenten. Ze bedoelen gewoon een schop en een riek om de mest op te scheppen. Dan komt de makelaar om de hoek. Alsof alle vrijwilligers staan te trappelen om naar een andere vereniging te gaan. Nog niemand heeft zich gemeld om mijn wekelijkse gob te gaan schrijven.
Maar dan wordt het toch concreet. Er komt waardering. Waarom schrijven ze niet gewoon; er komt een prijs. Vrijwilligerswerk wordt ineens een wedstrijd. Ik ben wel geen renpaard maar van wedstrijden hou ik wel. Waar gaat het dan om in die wedstrijd? De sterkste, de snelste , de zwaarste, de slimste van de klas, of gewoon wie het meeste uren maken? Wordt domme kracht toch nog beloond.
Aan het eind wordt het toch wel heel concreet. De gemeente als vrijwilliger. Ik zie het al voor me: alle ambtenaren aan het vrijwilligerswerk. Maximaal 36 uur per week. Welke ambtenaar maakt nu meer dan 36 uur? Vrijwilligerswerk wordt niet betaald. Het gehele ambtenarenkorps voor niets aan het werk. De belasting kan omlaag. De gebouwen kunnen gesloten worden. Want het vrijwilligerswerk doe je op straat, bij de verenigingen, in de hulpverlening maar niet op het gemeentehuis. Hoeveel ambtenaren zullen er in onze gemeente blijven als ze niets meer betaald krijgen? Een troost ze zijn als vrijwilliger wel verzekerd.
Ja, ja, ze willen heel veel, maar er komt minder geld voor beschikbaar. Dus eigenlijk moeten we blij zijn dat de vrijwilligers kunnen blijven doen wat ze nu al doen. Om dat te zeggen hadden ze 30 pagina’s knip- en plakwerk nodig vanuit een computer. Of as het “pak en pik werk?”
Dit verhaaltje is ambachtelijk in sierletters geschreven met inkt en een kroontjes pen door
Good Old Bles